Een af- en aan gefladder van een stel merels in en uit de boom in onze achtertuin duidt op de aanwezigheid van een vogelnest. Als we op een gegeven ogenblik constateren dat de vogels niet ter plekke aanwezig zijn, halen we voorzichtig wat takken opzij om eens poolshoogte te nemen. Oeps, vergissing! Breeduit zit er doodstil een aanstaande ouder stug voor zich uit te staren op het nestje, dat zich al enige jaren op dezelfde plek bevindt. Een paar dagen later proberen we het nog eens en dan ontdekken we vier eitjes. En na een week zien we de ouders al druk wormen aanvoeren. Zodra het nest verlaten is, loeren we weer voorzichtig tussen het groen en dan zien we vier opengesperde snaveltjes boven het nest uitsteken. De jongen zijn nog helemaal kaal. Het wordt nu een drukte van jewelste in de tuin. We proberen het zo rustig mogelijk te houden, maar de jongen maken elke dag meer lawaai als pa of ma merel hun kroost met een vette worm komt verblijden. Het kon niet missen dat hier ook individuen met minder goede bedoelingen op af zouden komen. Op de tuinmuur zien we een grote kat geduldig observeren waar hij straks zijn slag zal gaan slaan. Gelukkig maakt hij spoedig rechtsomkeert als wij driftig met maaiende armen en 'ksssst' roepend op hem afstappen. De jonge merels groeien als kool en zitten in een mum van tijd al in een verenpakket.
Op 2e Paasdag lokt het prachtige weer ons verder naar buiten en we besluiten te gaan wandelen in het Belgische. De Kalmthoutse heide houdt ons de gehele dag in beweging en we nemen er ons gemak van. Als we ‘s avonds huiswaarts keren, deelt één van de kinderen ons verontwaardigd mee, dat er twee dode jonge vogels in de achtertuin liggen. Aan de staat waarin we het jonge grut aantreffen concluderen we dat de kat zeer waarschijnlijk toch heeft kunnen toeslaan. Even later ruimt mijn echtgenoot de stoffelijke resten op en ziet dan de vermeende schuldige weer op de tuinmuur zitten. Hij kan het niet laten in een wraakpoging iets naar de kat te gooien, die zich weer vlug uit de voeten maakt. De superioriteit van mens over dier schept nu eenmaal verantwoordelijkheden, maar ik vrees dat de kat dit nog niet begrepen heeft. De twee andere jongen zijn waarschijnlijk uitgevlogen, want die ontdekken wij nergens meer.
Tot mijn verbazing zie ik een aantal dagen later weer ijverig merels heen en weer vliegen in de tuin. Deze keer is de perenboom doel van hun arbeidzame leven. Ook daar wacht een vogelnestje op bewoning. Ik weet niet of het dezelfde vogels zijn, maar wat ik wel weet is dat de uitbundigheid waarmee de natuur zich manifesteert me een blij gevoel geeft. Het ontluikende prille groen en de kleurige bloesem aan de bomen, de lammetjes in de wei en een steeds feller schijnend zonnetje leveren me volop energie. Het voorjaar lijkt me elk jaar meer te wijzen op de pracht van de schepping. Het zijn deze momenten waarop ik vol ontzag denk aan de inspiratie die de discipelen ontvingen toen de Heilige Geest op hen neerdaalde. Momenten van bezinning, waarna met hernieuwde energie het leven weer verder gaat.
© 2008 Joke Wageveld
zondag 20 juli 2008
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten