Er zijn van die dagen waarop het lijkt alsof ik altijd pech heb. Het zal vast herkenbaar zijn, zo’n dag waarop alles mis gaat. De voordeur valt bijvoorbeeld in het slot, terwijl de sleutels binnen liggen. Of je doet boodschappen en net als je thuis bent, bedenk je dat je tóch nog iets vergeten bent. Je gaat weer terug op je fiets en dan steekt er een harde wind op en de regen valt met bakken uit de hemel. Eenmaal thuisgekomen denk je een lekkere kop koffie te gaan zetten om een beetje op te warmen en precies dan weigert het koffiezetapparaat dienst. En als je dan denkt chocomel te zetten, blijkt het enige pak melk in huis ver over de houdbaarheidsdatum te zijn. De postbode brengt een giro betaalopdracht, die niet door de bank uitbetaald wordt, omdat je handtekening ineens niet meer herkend wordt. (Daar gaan je kaartjes voor die leuke voorstelling!). En als je dan moe op de bank neerzakt met een kop thee in je hand, gaat precies op dat moment de telefoon. Of mijn pensioen wel in orde is, vraagt een mevrouw aan de andere kant van de lijn. En dat vraagt ze niet zomaar. Nee, voor ze tot deze ongewenste intimiteit komt, leest ze eerst een heel verhaal voor. “Ja hoor,” jok ik baldadig. “Daar geniet ik elke dag van!” Even is het stil en ik hoor een heleboel papieren ritselen. “Wat zou ze nu echt van me weten?,” vraag ik me ondertussen koortsachtig af. Zou die mevrouw überhaupt weten wat mijn leeftijd is? En zo ja, hoe komt ze dan aan die gegevens? “Dan wens ik u verder nog een prettige dag mevrouw!,” klinkt het beslist aan de andere kant. Ik weet een tandenknarsend: “Hoezo, een prettige dag?,” te onderdrukken en wens de mevrouw toch nog vriendelijk hetzelfde toe. Tenslotte kan zij ook niets weten over regenbuien, sleutels, koffiezetapparaten, bedorven melk en betaalopdrachten die retour komen.En wees nou eerlijk: er zijn ergere dingen in de wereld. Als ik had opgelet, had ik mijn sleutels en die boodschap niet vergeten, regenbuien zie je vaak aankomen, die melk had ik allang op moeten drinken. En van het geld dat ik nu overhoud aan die kaartjes die ik niet meer kan bestellen, kan ik mooi een nieuw koffiezetapparaat kopen. Dat is een geluk bij een ongeluk. Maar dat ongeluk valt volkomen in het niet bij de mail die ik even later open. Het is een berichtje van mijn man over zijn collega Ric. Ric zit momenteel aan het ziekbed van zijn 16-jarige zoon Jeroen, die een beenmergtransplantatie heeft ondergaan; voor hem de enige manier om de dodelijke ziekte leukemie tegen te gaan. Er doen zich complicaties voor, waardoor het “erop of eronder” wordt. Of ik even een kaartje wil halen om de familie sterkte te wensen. Er is nu geen regenbui meer die me kan tegenhouden en ik stap die dag voor de derde keer op mijn fiets. Ik neem me voor niet meer over onbenulligheden te mopperen.
Als een paar uur later mijn eveneens 16-jarige zoon thuiskomt, me uitdagend aankijkt als hij demonstratief zijn schooltas op de grond smijt en roept dat hij het spuugzat is op ‘die rotschool’, kan ik niet anders dan hem even een knuffel geven. Verbaasd kijkt hij me aan. Ik laat hem het berichtje lezen en hij begrijpt mijn reactie. Hij kent de jongen en beseft dat die op dit moment maar al te graag naar een ‘rotschool’ zou willen gaan. Het lot heeft voor hem echter iets anders in petto gehad: hij vecht voor zijn leven. Terwijl ik in gedachten een smeekbede ‘naar boven’ uitspreek, pakt mijn zoon stilletjes zijn schooltas en begint aan zijn huiswerk…
Joke Wageveld
(Ter nagedachtenis aan Jeroen, die wij tot aller groot verdriet in handen van zijn Schepper terug hebben moeten geven)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten