Nu bij mij thuis de kerstboom in mijn huiskamer staat te glanzen, moet ik steeds weer terugdenken aan ‘de kinderen van Udupia’, zoals Rajani de bewoners van het tehuis altijd liefdevol noemt. Ze hebben allemaal hun eigen verhaal en achtergrond en die zijn niet altijd even leuk. Gehandicapten zijn het ondergeschoven kindje in India, een triest gegeven waar zomaar geen verandering in is aan te brengen. Ze zijn vaak overgeleverd aan de zorg van een enkeling die aan liefdadigheid wil doen. Maar nog vaker verkommeren ze, overgeleverd aan de bedelstaf, langs de kant van de weg. Neem nu de jongen naast mij op de foto. Hij heeft het syndroom van Down. Hij heeft het geluk gehad dat hij in het tehuis kan wonen. Wat echter niet per definitie betekent dat dat de meest ideale situatie is. Deze jongen, ik weet zijn echte naam niet, maar laten we hem voor het gemak Anand noemen – een mooie Indiase naam, die ‘vreugde en geluk’ betekent - deze jongen wil graag naar huis, hoe blij hij ook is met de mooie nieuwe woning waar hij nu mag verblijven. En toen een paar maanden geleden zijn vader bij hem op bezoek kwam - wat best een zeldzaamheid te noemen is - wist Anand niet wat hij hoorde. ‘Ik kom je zaterdag halen en dan mag je mee naar huis,’ had zijn vader tegen ‘m gezegd. Blij vertelde Anand het aan alle andere ‘kinderen’ in het tehuis. ‘Zaterdag mag ik naar huis, dan komt mijn vader me halen!’ Ook de kinderen van Udupia waren blij voor hem. Ze hielpen hem die zaterdag met zijn koffertje pakken, waar zijn schamele bezittingen in pasten. Met een stralende glimlach nam hij ’s morgens vroeg al plaats voor het tehuis, zijn blik gericht op de oprijlaan waar straks zijn vader zou verschijnen. De andere kinderen keken mee, maar na een tijdje moesten ze naar binnen, want er moest gegeten worden en meer van die dingen… Anand bleef zitten. Uur na uur. De zon rees aan de hemel en het werd warmer en warmer. Eén van zijn vrienden kwam hem zorgzaam iets te drinken brengen. Anand wachtte. Uur na uur. De zon begon alweer te dalen. En vele uren later werd het donker. De blije lach was van Anands gezicht verdwenen. Zachtjes keerde hij terug naar binnen, zijn koffertje bleef op de veranda van het tehuis staan als een stille getuige van een groot verdriet. Zwijgend spreidde hij zijn matje uit in de slaapzaal tussen zijn vrienden, die al sliepen. Anand heeft de volgende dag alleen maar dikke tranen gehuild. Zijn vader is niet meer op komen dagen.
Een verzonnen verhaal, denkt u? Helaas… het is echt gebeurd.
Nu mijn kerstboom vrolijk in mijn kamer staat te glanzen moet ik steeds aan de kinderen van Udupia denken. Toen we hen in november bezochten was het een dolblije boel. Anand wilde maar wat graag met me op de foto. Hij kon gelukkig weer lachen en is het voorval hopelijk vergeten. Met een onverwoestbaar goed humeur helpt hij zijn vrienden, die dat zelf niet kunnen, met eten geven. Van het kerstkind heeft hij nog nooit gehoord. Toch brengt hij op zijn manier een stuk naastenliefde in de praktijk. Ons bezoek was voor hem en de andere kinderen een welkome afwisseling. Toen ik deze jongens zag, kon ik niet anders dan hen direct in mijn hart sluiten… Ze leven in een totaal andere wereld dan wij. De eerste stap naar een prettiger leven is gezet nu ze in een mooi nieuw tehuis kunnen wonen en niet meer in een vervuilde en te kleine woning bivakkeren. En ik hoop dat we ooit nóg meer glans in hun leven kunnen brengen. U heeft geholpen de eerste stap naar een beter leven voor hen te zetten. Een liefdevol voorbeeld in een keiharde wereld! Een mooie kerstgedachte, waarvan ik hoop dat we die in de toekomst vast kunnen houden.
Ik wens iedereen fijne feestdagen en een gezond en voorspoedig 2009!

Geen opmerkingen:
Een reactie posten