vrijdag 19 september 2008

Pubquiz


Heeft u wel eens gehoord van een pubquiz? Voor wie het begrip nog niet kent: dit is een vraag- en antwoordspel dat het liefst in een café gespeeld wordt. Mijn dochter is er een groot liefhebber van. Sinds zij in Leiden woont vanwege haar studie, heeft ze zich bij een groep jongeren aangesloten, die wekelijks gezellig met elkaar gaan stappen en meedoen aan een pubquiz. Soms krijg ik op de bewuste avond een vraag doorgespeeld per sms, zodat we snel het antwoord op internet voor haar kunnen opzoeken. Of dit helemaal de legitieme wijze van spelen is, weet ik niet, maar het is wel leuk om mee te helpen.

Het verbaasde me onlangs dat er nogal eens Bijbelvragen worden gesteld in de pubquiz. Vragen in de trend “Wie is de jongste broer van”, of “Wat is de huidige naam van een bepaalde stad” doen dus niet alleen de jongeren in Leiden tot nadenken aanzetten maar ook de oudere jongeren in Naaldwijk. Ik vind het een leuk spel en ben dan ook iedere keer weer benieuwd naar de vragen en antwoorden. Het houdt me een beetje scherp, zal ik maar zeggen. En niet alleen mij, want het schijnt dat de Bijbelkennis van jongeren tegenwoordig niet meer zo goed is, als ik de kranten moet geloven.

Onlangs merkte ik tegen mijn dochter op dat er niet zoveel vragen meer richting Naaldwijk werden gesteld. Ik vroeg haar of ze nog wel meedeed. Ze antwoordde dat ze nog steeds meedeed, maar dat de vragen de laatste tijd zo simpel waren, dat ze geen hulp nodig had. Ik vroeg haar een voorbeeld te geven en daar had ze al snel een antwoord op. “Neem nou de laatste keer, mam. Toen werd er gevraagd wat de eerste drie woorden van de Bijbel waren. Ik weet dan meteen dat het “In den beginne” is, of “In het begin” volgens de Nieuwe Bijbel Vertaling.” Tja, dat antwoord kon ik ook wel bedenken, dus ik begreep dat hier mijn assistentie niet bij nodig was. (Voor de duidelijkheid: ik ben zelf in mijn jeugd niet christelijk opgevoed). “Maar weet je wat ik zo erg vind?,” vervolgde mijn dochter. “We moesten de antwoorden opschrijven en iemand schreef dat de eerste drie woorden van de Bijbel “Er was eens” waren. Eerst moest ik er om lachen, want ik dacht dat hij een grap maakte, maar het bleek dat hij serieus dacht dat dit het juiste antwoord was!” In eerste instantie moest ik, de pittige studentenhumor inmiddels gewend, er ook om lachen. Maar daarna moest ik er toch even over nadenken of het nu wel zo leuk was. Blijkbaar was deze jongen ook niet opgegroeid met de Bijbel en kon je hem zijn hiaat in kennis niet kwalijk nemen. Maar om deze prachtige geschriften nu met een sprookje te vergelijken is toch wel heel jammer. Het bleek dat de jongen die het foutieve antwoord gaf, er zelf ook niet om had kunnen lachen. Hij stamelde vele excuses en kleurde dieprood, toen zijn vergissing hem duidelijk werd. Diep in mijn hart hoop ik, dat dit voor hem de aanzet zal zijn zich ooit wat dieper in de Bijbel te verdiepen. Wie weet?

zondag 7 september 2008

Hoezo, een prettige dag?

Er zijn van die dagen waarop het lijkt alsof ik altijd pech heb. Het zal vast herkenbaar zijn, zo’n dag waarop alles mis gaat. De voordeur valt bijvoorbeeld in het slot, terwijl de sleutels binnen liggen. Of je doet boodschappen en net als je thuis bent, bedenk je dat je tóch nog iets vergeten bent. Je gaat weer terug op je fiets en dan steekt er een harde wind op en de regen valt met bakken uit de hemel. Eenmaal thuisgekomen denk je een lekkere kop koffie te gaan zetten om een beetje op te warmen en precies dan weigert het koffiezetapparaat dienst. En als je dan denkt chocomel te zetten, blijkt het enige pak melk in huis ver over de houdbaarheidsdatum te zijn. De postbode brengt een giro betaalopdracht, die niet door de bank uitbetaald wordt, omdat je handtekening ineens niet meer herkend wordt. (Daar gaan je kaartjes voor die leuke voorstelling!). En als je dan moe op de bank neerzakt met een kop thee in je hand, gaat precies op dat moment de telefoon. Of mijn pensioen wel in orde is, vraagt een mevrouw aan de andere kant van de lijn. En dat vraagt ze niet zomaar. Nee, voor ze tot deze ongewenste intimiteit komt, leest ze eerst een heel verhaal voor. “Ja hoor,” jok ik baldadig. “Daar geniet ik elke dag van!” Even is het stil en ik hoor een heleboel papieren ritselen. “Wat zou ze nu echt van me weten?,” vraag ik me ondertussen koortsachtig af. Zou die mevrouw überhaupt weten wat mijn leeftijd is? En zo ja, hoe komt ze dan aan die gegevens? “Dan wens ik u verder nog een prettige dag mevrouw!,” klinkt het beslist aan de andere kant. Ik weet een tandenknarsend: “Hoezo, een prettige dag?,” te onderdrukken en wens de mevrouw toch nog vriendelijk hetzelfde toe. Tenslotte kan zij ook niets weten over regenbuien, sleutels, koffiezetapparaten, bedorven melk en betaalopdrachten die retour komen.

En wees nou eerlijk: er zijn ergere dingen in de wereld. Als ik had opgelet, had ik mijn sleutels en die boodschap niet vergeten, regenbuien zie je vaak aankomen, die melk had ik allang op moeten drinken. En van het geld dat ik nu overhoud aan die kaartjes die ik niet meer kan bestellen, kan ik mooi een nieuw koffiezetapparaat kopen. Dat is een geluk bij een ongeluk. Maar dat ongeluk valt volkomen in het niet bij de mail die ik even later open. Het is een berichtje van mijn man over zijn collega Ric. Ric zit momenteel aan het ziekbed van zijn 16-jarige zoon Jeroen, die een beenmergtransplantatie heeft ondergaan; voor hem de enige manier om de dodelijke ziekte leukemie tegen te gaan. Er doen zich complicaties voor, waardoor het “erop of eronder” wordt. Of ik even een kaartje wil halen om de familie sterkte te wensen. Er is nu geen regenbui meer die me kan tegenhouden en ik stap die dag voor de derde keer op mijn fiets. Ik neem me voor niet meer over onbenulligheden te mopperen.

Als een paar uur later mijn eveneens 16-jarige zoon thuiskomt, me uitdagend aankijkt als hij demonstratief zijn schooltas op de grond smijt en roept dat hij het spuugzat is op ‘die rotschool’, kan ik niet anders dan hem even een knuffel geven. Verbaasd kijkt hij me aan. Ik laat hem het berichtje lezen en hij begrijpt mijn reactie. Hij kent de jongen en beseft dat die op dit moment maar al te graag naar een ‘rotschool’ zou willen gaan. Het lot heeft voor hem echter iets anders in petto gehad: hij vecht voor zijn leven. Terwijl ik in gedachten een smeekbede ‘naar boven’ uitspreek, pakt mijn zoon stilletjes zijn schooltas en begint aan zijn huiswerk…

Joke Wageveld
(Ter nagedachtenis aan Jeroen, die wij tot aller groot verdriet in handen van zijn Schepper terug hebben moeten geven)