
Heeft u wel eens gehoord van een pubquiz? Voor wie het begrip nog niet kent: dit is een vraag- en antwoordspel dat het liefst in een café gespeeld wordt. Mijn dochter is er een groot liefhebber van. Sinds zij in Leiden woont vanwege haar studie, heeft ze zich bij een groep jongeren aangesloten, die wekelijks gezellig met elkaar gaan stappen en meedoen aan een pubquiz. Soms krijg ik op de bewuste avond een vraag doorgespeeld per sms, zodat we snel het antwoord op internet voor haar kunnen opzoeken. Of dit helemaal de legitieme wijze van spelen is, weet ik niet, maar het is wel leuk om mee te helpen.
Het verbaasde me onlangs dat er nogal eens Bijbelvragen worden gesteld in de pubquiz. Vragen in de trend “Wie is de jongste broer van”, of “Wat is de huidige naam van een bepaalde stad” doen dus niet alleen de jongeren in Leiden tot nadenken aanzetten maar ook de oudere jongeren in Naaldwijk. Ik vind het een leuk spel en ben dan ook iedere keer weer benieuwd naar de vragen en antwoorden. Het houdt me een beetje scherp, zal ik maar zeggen. En niet alleen mij, want het schijnt dat de Bijbelkennis van jongeren tegenwoordig niet meer zo goed is, als ik de kranten moet geloven.
Onlangs merkte ik tegen mijn dochter op dat er niet zoveel vragen meer richting Naaldwijk werden gesteld. Ik vroeg haar of ze nog wel meedeed. Ze antwoordde dat ze nog steeds meedeed, maar dat de vragen de laatste tijd zo simpel waren, dat ze geen hulp nodig had. Ik vroeg haar een voorbeeld te geven en daar had ze al snel een antwoord op. “Neem nou de laatste keer, mam. Toen werd er gevraagd wat de eerste drie woorden van de Bijbel waren. Ik weet dan meteen dat het “In den beginne” is, of “In het begin” volgens de Nieuwe Bijbel Vertaling.” Tja, dat antwoord kon ik ook wel bedenken, dus ik begreep dat hier mijn assistentie niet bij nodig was. (Voor de duidelijkheid: ik ben zelf in mijn jeugd niet christelijk opgevoed). “Maar weet je wat ik zo erg vind?,” vervolgde mijn dochter. “We moesten de antwoorden opschrijven en iemand schreef dat de eerste drie woorden van de Bijbel “Er was eens” waren. Eerst moest ik er om lachen, want ik dacht dat hij een grap maakte, maar het bleek dat hij serieus dacht dat dit het juiste antwoord was!” In eerste instantie moest ik, de pittige studentenhumor inmiddels gewend, er ook om lachen. Maar daarna moest ik er toch even over nadenken of het nu wel zo leuk was. Blijkbaar was deze jongen ook niet opgegroeid met de Bijbel en kon je hem zijn hiaat in kennis niet kwalijk nemen. Maar om deze prachtige geschriften nu met een sprookje te vergelijken is toch wel heel jammer. Het bleek dat de jongen die het foutieve antwoord gaf, er zelf ook niet om had kunnen lachen. Hij stamelde vele excuses en kleurde dieprood, toen zijn vergissing hem duidelijk werd. Diep in mijn hart hoop ik, dat dit voor hem de aanzet zal zijn zich ooit wat dieper in de Bijbel te verdiepen. Wie weet?
Het verbaasde me onlangs dat er nogal eens Bijbelvragen worden gesteld in de pubquiz. Vragen in de trend “Wie is de jongste broer van”, of “Wat is de huidige naam van een bepaalde stad” doen dus niet alleen de jongeren in Leiden tot nadenken aanzetten maar ook de oudere jongeren in Naaldwijk. Ik vind het een leuk spel en ben dan ook iedere keer weer benieuwd naar de vragen en antwoorden. Het houdt me een beetje scherp, zal ik maar zeggen. En niet alleen mij, want het schijnt dat de Bijbelkennis van jongeren tegenwoordig niet meer zo goed is, als ik de kranten moet geloven.
Onlangs merkte ik tegen mijn dochter op dat er niet zoveel vragen meer richting Naaldwijk werden gesteld. Ik vroeg haar of ze nog wel meedeed. Ze antwoordde dat ze nog steeds meedeed, maar dat de vragen de laatste tijd zo simpel waren, dat ze geen hulp nodig had. Ik vroeg haar een voorbeeld te geven en daar had ze al snel een antwoord op. “Neem nou de laatste keer, mam. Toen werd er gevraagd wat de eerste drie woorden van de Bijbel waren. Ik weet dan meteen dat het “In den beginne” is, of “In het begin” volgens de Nieuwe Bijbel Vertaling.” Tja, dat antwoord kon ik ook wel bedenken, dus ik begreep dat hier mijn assistentie niet bij nodig was. (Voor de duidelijkheid: ik ben zelf in mijn jeugd niet christelijk opgevoed). “Maar weet je wat ik zo erg vind?,” vervolgde mijn dochter. “We moesten de antwoorden opschrijven en iemand schreef dat de eerste drie woorden van de Bijbel “Er was eens” waren. Eerst moest ik er om lachen, want ik dacht dat hij een grap maakte, maar het bleek dat hij serieus dacht dat dit het juiste antwoord was!” In eerste instantie moest ik, de pittige studentenhumor inmiddels gewend, er ook om lachen. Maar daarna moest ik er toch even over nadenken of het nu wel zo leuk was. Blijkbaar was deze jongen ook niet opgegroeid met de Bijbel en kon je hem zijn hiaat in kennis niet kwalijk nemen. Maar om deze prachtige geschriften nu met een sprookje te vergelijken is toch wel heel jammer. Het bleek dat de jongen die het foutieve antwoord gaf, er zelf ook niet om had kunnen lachen. Hij stamelde vele excuses en kleurde dieprood, toen zijn vergissing hem duidelijk werd. Diep in mijn hart hoop ik, dat dit voor hem de aanzet zal zijn zich ooit wat dieper in de Bijbel te verdiepen. Wie weet?

